“Die zijn nog een koffie gaan drinken in Frankrijk!” Dat kregen we te horen bij aankomst bij Wijndomein Entre-Deux-Monts op onze vraag of er al een ander groepje was aangekomen.
En ja, als je op de kaart kijkt zie je dat Frankrijk bijna letterlijk op een steenworp van het domein ligt.
De Deux Monts, dat zijn de Zwarteberg (met top in Frankrijk) en de Rodeberg. Daarmee is meteen de domeinnaam verklaard!
Eigenaar is Martin Bacquaert, in een vorig leven een rondreizende oenoloog, opgeleid in Bordeaux (jawel, in Entre-Deux-Mers). Hij startte in 2004 met 1.000 wijnstokken op 3 hectare. Vandaag is het domein al uitgegroeid tot 21 hectare.

We starten op het verhoogd terras, terwijl de mist nog half boven de wijngaarden hangt… Het heeft iets mystieks. Volgens het KMI trekt die later op, dus trotseren we de ochtendkilte en luisteren geboeid naar het verhaal van Lucas, onze gids.
Wat meteen opvalt, is de ruimte tussen de ranken. Die staan ver uit elkaar en groeien tot zo’n 2,2 meter hoog, allemaal in functie van dat ene schaarse goed hier: zonlicht. De tractor doet het grove snoeiwerk tot anderhalve meter, de rest gebeurt met de hand.
Er wordt ook even gerekend – altijd gevaarlijk op een lege maag – maar we komen uit op ongeveer 1,2 à 1,5 kg druiven per plant, goed voor een liter wijn. Dat vertaalt zich in maximaal zo’n 135.000 flessen per jaar. Het klinkt plots heel tastbaar.

Door het koelere klimaat ligt de nadruk hier op mousserende wijn, goed voor een kleine 60%. Daarnaast stille witte wijnen en een bescheiden aandeel rood en rosé, afhankelijk van wat het jaar toelaat. Voor rood wordt onder andere acolon gebruikt, een Duitse kruising van lemberger (blaufränkisch) en dornfelder, een druif met rood vruchtvlees, wat zorgt voor een diepere kleur, iets waar de consument blijkbaar nog altijd geruststelling in vindt.
We krijgen ook een korte les in snoeien en geleiden. Entre-Deux-Monts werkt met Guyot Simple: elk jaar wordt één nieuwe twijg horizontaal opgebonden. Het alternatief, Cordon, laat een verhoute arm staan, maar is moeilijker te snoeien en minder vergevingsgezind. Zit er iets fout (ziekte), dan zit het meteen overal fout. Bij Guyot kan je nog doen alsof je het onder controle hebt en gewoon wegknippen.
De oogst gebeurt grotendeels machinaal, zeker voor de witte druiven (90%) die toch meteen geperst worden. Rood wordt wel met de hand geplukt. Op onze vraag naar Botrytis-wijnen volgt een diplomatisch antwoord: momenteel niet evident. Te weinig warmte om het juiste soort rot te krijgen. We hebben hen vriendelijk aangemoedigd om toch eens iets te proberen, puur in het belang van de wetenschap natuurlijk, en bij succes met een subtiele Brabo-vermelding.
In de kelder duiken we in de Méthode Traditionelle. Persen, laten bezinken, koelen, tweede gisting op fles… het blijft een fascinerend proces. Opvallend detail: men start met minder suikerrijke druiven omdat de tweede gisting nog alcohol toevoegt. Je leert elke keer wel iets bij dat je thuis nooit nodig zal hebben, maar toch graag weet.

We hebben er als toehoorder dorst van gekregen, tijd voor een eerste degustatie.
De Wiscoutre (oud Frankische naam van Westouter) Blanc de Blancs (Chardonnay en Auxerrois) is de basis-schuimwijn: fris, strak, met een klein deel uit de zogeheten ‘reserve perpetuelle’ (een vat reservewijn waarvan jaarlijks een derde wordt gebruikt en weer aangevuld) die teruggaat tot 2008. Met andere woorden: er zit letterlijk geschiedenis in het glas.
De Millésime 2019 Heritage (Chardonnay en Pinot Noir) is correct en elegant, maar het meeste enthousiasme gaat naar de Cuvée Bacquaert, met wat reservewijn en een lichte houttoets die het geheel net dat beetje extra geeft.
De stille wijnen Quatre Cépages (40% Auxerrois met Pinot Noir, Meunier en Chardonnay) en Chardonnay zijn degelijk, maar het is duidelijk waar Entre-Deux-Monts echt in uitblinkt.
In de shop mogen we vervolgens vrij proeven van geopende flessen.
Dat blijkt een bijzonder efficiënt businessmodel in het geval van Wijnclub Brabo!

Tijd om aan te zetten naar Wijndomein Ravenstein, een vroegere middeleeuwse heerlijkheid (landgoed met bepaalde rechten).
De zon warmt het land ondertussen op, het heeft iets van een roadtrip in de Vlaamse versie van de Far West (letterlijk en figuurlijk). Hoe schattig feeëriek is het Heuvelland met haar verspreide boerderijtjes en glooiende heuvels.
We scheren ook hier langs taal- en landgrens en rijden een halfuurtje later een smal wegeltje op naar Ravenstein. De bonte koeien ernaast liggen gezapig te herkauwen op de grasgroene wei onder de bomen. Op de ranch 😉 ontwijken we vakkundig wijnboer Dirk Talpe die met een vorkheftruck over en weer rijdt. “Het gevaar zit in een klein hoekje.”

Even later staan we tussen de ranken die iets verderop naar beneden lopen. Frankrijk ligt in de verte.
Dirk vertelt hoe hij hier in 2017 begon, na een verleden in melkvee en bloemen. Wat startte met 2,5 hectare is intussen uitgegroeid tot zes hectare, biologisch bewerkt, zonder herbiciden en met bloedmeel als meststof en schelpenkalk. Dat blijft langer blijft zitten dan vermalen commerciële kalk. Typische West-Vlaamse discipline hier want werkdagen zijn hier ‘5 to 9’ eerder dan ‘9 to 5’.
De aanplant is een mix van klassiekers chardonnay, pinot noir, pinot meunier, acolon (die kennen we nu al) en gamaret, een kruising van gamay en reichensteiner, een pinot noir-achtige druif met goede resistentie. Dirk experimenteert ook met de oerrassen grüner adelfränkisch (fijne zuren, ideaal voor zoete wijn) en fränkischer burgunder (een pinot noir met body). Die laatste werd herontdekt in een oude ruïne-wijngaard in de jaren 2000. Het geeft het geheel iets licht avontuurlijks, zonder dat het roekeloos wordt.

De heuvels geven een verfrissende wind en beperken het vorstrisico. Dirk is op dreef nu, en vertelt met sappige tongval over de buren van Zonnebeke die verkeerde keuzes in aanplantlocatie maken, ze zijn daar niet goed bezig want het vorst en andere gevaar liggen in een klein hoekje.
Hier wordt gewerkt met Double Guyot, waarbij twee kortere twijgen de voorkeur krijgen boven één lange. Het klinkt logisch wanneer hij het uitlegt, wat meestal een goed teken is. Druiven voor stille wijn worden met de hand geplukt, de rest mag het iets efficiënter. Een stampoetser(!) is een verticale borstel om de overbodige scheutjes er af te rijden.
We zoeken verkoeling in de wijnschuur – kelder is een groot woord – waar de rode en klein deel van de witte wijnen op hout rijpen. Er wordt gewerkt met natuurlijke gisten via een ‘pied de cuve’: een aantal trossen worden geplet voor het opstarten van een spontane gisting met de gistcellen aanwezig op de druivenschillen. Voor mousserende wijn wordt toch gekozen voor commerciële gisten, vermits de gisting van vroeg geplukte druiven moeilijker op te starten is.
Dirk gebruikt Champenois-vaten van 205 liter van Belgische eik in plaats van de klassieke Bordeaux vaten van 225 liter. Deze laatste maat kwam van de handeldrijvende Britten en kwam overeen met 50 Imperial Gallon: altijd leuk zulke weetjes.
Er speelt ook zachte klassieke muziek in de ruimte. Volgens Dirk goed voor mens, dier en wijn. In de wijngaard zorgen de vogeltjes daarvoor. Het maakt ons alvast heel rustig.

We eindigen – hoe kan het ook anders – opnieuw aan tafel, dit keer letterlijk in het gras. Wat als een degustatie van vijf wijnen was aangekondigd, evolueert al snel naar een uitgebreidere oefening. Flexibiliteit is een schone deugd!
De mousserende wijnen Dorée met de klassieke Champagne druiven en Rosé van acolon zijn degelijk, maar halen het niet bij wat we eerder proefden. De stille wijnen daarentegen maken indruk: een frisse Chardonnay Zuidflank, een meer uitgesproken barrique-versie Klytbosch, een jonge Pinot Blanc en elegante Pinot Gris, kruidig strakke rosé van Gamaret en een verrassend lichte Pinot Noir, die wat leek op een Spätburguder vonden we. Het is duidelijk waar hier de sterkte ligt.
Heuvelland heeft ons positief verrast. Wat ooit een curiositeit was, is vandaag een regio met duidelijke identiteit, visie en vooral goesting.
Entre-Deux-Monts toonde hoe sterk we kunnen zijn in mousserende wijn: technisch onderbouwd, consistent en ambitieus.
Ravenstein bewijst dan weer dat karakter en experiment minstens even belangrijk zijn, met stille wijnen die durven spreken.
Wat beide domeinen delen? Passie, koppigheid en het besef dat wijn maken hier geen evidentie is (of was?), maar net daarom zo boeiend. Het is eigenzinnig, zoekend, soms ruw aan de randjes maar altijd oprecht. En laat dat nu net zijn wat een wijn (en een wijnreis) memorabel maakt.

Verslag: Geert Dirckx
Foto’s: Robby Sallaets